Vervoeging van het werkwoord psychoanalysieren in alle Duitse tijden

Hier zijn de vervoegtabellen van het werkwoord psychoanalysieren in het Duits. Om de vervoeging van een ander Duits werkwoord te zoeken, kun je hier klikken.

Vervoeging van het werkwoord "psychoanalysieren" in de Indikativ tijd

De Indikativ tijd is de meest gebruikte vervoeging in het Duits. Ze maken het mogelijk om een echt feit of echte actie uit te drukken zonder af te wijken van de realiteit.

Präsens

  • ich psychoanalysiere
  • du psychoanalysierst
  • er/sie/es psychoanalysiert
  • wir psychoanalysieren
  • ihr psychoanalysiert
  • Sie psychoanalysieren

Perfekt

  • ich habe psychoanalysiert
  • du hast psychoanalysiert
  • er/sie/es hat psychoanalysiert
  • wir haben psychoanalysiert
  • ihr habt psychoanalysiert
  • Sie haben psychoanalysiert

Präteritum

  • ich psychoanalysierte
  • du psychoanalysiertest
  • er/sie/es psychoanalysierte
  • wir psychoanalysierten
  • ihr psychoanalysiertet
  • Sie psychoanalysierten

Plusquamperfekt

  • ich hatte psychoanalysiert
  • du hattest psychoanalysiert
  • er/sie/es hatte psychoanalysiert
  • wir hatten psychoanalysiert
  • ihr hattet psychoanalysiert
  • Sie hatten psychoanalysiert

Futur I

  • ich werde psychoanalysieren
  • du wirst psychoanalysieren
  • er/sie/es wird psychoanalysieren
  • wir werden psychoanalysieren
  • ihr werdet psychoanalysieren
  • Sie werden psychoanalysieren

Futur II

  • ich werde psychoanalysiert haben
  • du wirst psychoanalysiert haben
  • er/sie/es wird psychoanalysiert haben
  • wir werden psychoanalysiert haben
  • ihr werdet psychoanalysiert haben
  • Sie werden psychoanalysiert haben

Vervoeging van het werkwoord "psychoanalysieren" in de Imperativ, de Partizip tijd en de Infinitiv

De Imperativ en de Partizip tijd in Duitse vervoeging. Ze komen vaak voor.

De Imperativ wordt in het Duits gebruikt om orders te geven, iets te eisen van iemand of om iemand te vragen iets te doen. Deze wijs wordt vaak gebruikt in het Duits. De Partizip I en de Partizip II worden gebruikt in plaats van vervoegde werkwoorden of bijvoeglijke naamwoorden.

Imperativ Präsens

  • psychoanalysiere (du)
  • psychoanalysieren wir
  • psychoanalysiert ihr
  • psychoanalysieren Sie

Infinitiv - Präsens

  • psychoanalysieren

Infinitiv - Perfekt

  • psychoanalysiert haben

Partizip Präsens

  • psychoanalysierend

Partizip Perfekt

  • psychoanalysiert

Vervoeging van het werkwoord "psychoanalysieren" in de Konjunktiv I in het Duits

De hoofdfunctie van de Konjunktiv I in het Duits is indirect spreken, deze tijd wordt minder gebruikt in het Duits.

Konjunktiv I Präsens

  • ich psychoanalysiere
  • du psychoanalysierest
  • er/sie/es psychoanalysiere
  • wir psychoanalysieren
  • ihr psychoanalysieret
  • Sie psychoanalysieren

Konjunktiv I Perfekt

  • ich habe psychoanalysiert
  • du habest psychoanalysiert
  • er/sie/es habe psychoanalysiert
  • wir haben psychoanalysiert
  • ihr habet psychoanalysiert
  • Sie haben psychoanalysiert

Konjunktiv I Futur I

  • ich werde psychoanalysieren
  • du werdest psychoanalysieren
  • er/sie/es werde psychoanalysieren
  • wir werden psychoanalysieren
  • ihr werdet psychoanalysieren
  • Sie werden psychoanalysieren

Konjunktiv I Futur II

  • ich werde psychoanalysiert haben
  • du werdest psychoanalysiert haben
  • er/sie/es werde psychoanalysiert haben
  • wir werden psychoanalysiert haben
  • ihr werdet psychoanalysiert haben
  • Sie werden psychoanalysiert haben

Vervoeging van het werkwoord "psychoanalysieren" in de Konjunktiv II in het Duits.

De Konjunktiv II wordt hoofdzakelijk gebruikt om het onechte uit de drukken in het Duits. Deze tijd wordt niet vaak gebruikt.

Dit creëert een gat tussen spraak en werkelijkheid. De Konjunktiv II wordt gebruik om een hypothese, wens of een zin met een voorwaarde uit te drukken. Deze tijd wordt ook gebruik voor conventionele beleefde uitdrukking in het Duits.

Konjunktiv II Präteritum

  • ich psychoanalysierte
  • du psychoanalysiertest
  • er/sie/es psychoanalysierte
  • wir psychoanalysierten
  • ihr psychoanalysiertet
  • Sie psychoanalysierten

Konjunktiv II Plusquamperfekt

  • ich hätte psychoanalysiert
  • du hättest psychoanalysiert
  • er/sie/es hätte psychoanalysiert
  • wir hätten psychoanalysiert
  • ihr hättet psychoanalysiert
  • Sie hätten psychoanalysiert

Konjunktiv II Futur I

  • ich würde psychoanalysieren
  • du würdest psychoanalysieren
  • er/sie/es würde psychoanalysieren
  • wir würden psychoanalysieren
  • ihr würdet psychoanalysieren
  • Sie würden psychoanalysieren

Konjunktiv II Futur II

  • ich würde psychoanalysiert haben
  • du würdest psychoanalysiert haben
  • er/sie/es würde psychoanalysiert haben
  • wir würden psychoanalysiert haben
  • ihr würdet psychoanalysiert haben
  • Sie würden psychoanalysiert haben

Zoek naar de vervoeging van een ander werkwoord in het Duits

Andere willekeurige werkwoorden om te ontdekken: durchackernerklingenmitformulierenmodernprallenprüfenpsychiatrisierenpsychologisierenpuffernräuspernschabenstrafenverwichsenzueinanderpassen