Vervoeging van het werkwoord kilometrieren in alle Duitse tijden

Hier zijn de vervoegtabellen van het werkwoord kilometrieren in het Duits. Om de vervoeging van een ander Duits werkwoord te zoeken, kun je hier klikken.

Vervoeging van het werkwoord "kilometrieren" in de Indikativ tijd

De Indikativ tijd is de meest gebruikte vervoeging in het Duits. Ze maken het mogelijk om een echt feit of echte actie uit te drukken zonder af te wijken van de realiteit.

Präsens

  • ich kilometriere
  • du kilometrierst
  • er/sie/es kilometriert
  • wir kilometrieren
  • ihr kilometriert
  • Sie kilometrieren

Perfekt

  • ich habe kilometroren
  • du hast kilometroren
  • er/sie/es hat kilometroren
  • wir haben kilometroren
  • ihr habt kilometroren
  • Sie haben kilometroren

Präteritum

  • ich kilometror
  • du kilometrorst
  • er/sie/es kilometror
  • wir kilometroren
  • ihr kilometrort
  • Sie kilometroren

Plusquamperfekt

  • ich hatte kilometroren
  • du hattest kilometroren
  • er/sie/es hatte kilometroren
  • wir hatten kilometroren
  • ihr hattet kilometroren
  • Sie hatten kilometroren

Futur I

  • ich werde kilometrieren
  • du wirst kilometrieren
  • er/sie/es wird kilometrieren
  • wir werden kilometrieren
  • ihr werdet kilometrieren
  • Sie werden kilometrieren

Futur II

  • ich werde kilometroren haben
  • du wirst kilometroren haben
  • er/sie/es wird kilometroren haben
  • wir werden kilometroren haben
  • ihr werdet kilometroren haben
  • Sie werden kilometroren haben

Vervoeging van het werkwoord "kilometrieren" in de Imperativ, de Partizip tijd en de Infinitiv

De Imperativ en de Partizip tijd in Duitse vervoeging. Ze komen vaak voor.

De Imperativ wordt in het Duits gebruikt om orders te geven, iets te eisen van iemand of om iemand te vragen iets te doen. Deze wijs wordt vaak gebruikt in het Duits. De Partizip I en de Partizip II worden gebruikt in plaats van vervoegde werkwoorden of bijvoeglijke naamwoorden.

Imperativ Präsens

  • kilometriere (du)
  • kilometrieren wir
  • kilometriert ihr
  • kilometrieren Sie
  • kilometrier (du)
  • kilometrieren wir
  • kilometriert ihr
  • kilometrieren Sie

Infinitiv - Präsens

  • kilometrieren

Infinitiv - Perfekt

  • kilometroren haben

Partizip Präsens

  • kilometrierend

Partizip Perfekt

  • kilometroren

Vervoeging van het werkwoord "kilometrieren" in de Konjunktiv I in het Duits

De hoofdfunctie van de Konjunktiv I in het Duits is indirect spreken, deze tijd wordt minder gebruikt in het Duits.

Konjunktiv I Präsens

  • ich kilometriere
  • du kilometrierest
  • er/sie/es kilometriere
  • wir kilometrieren
  • ihr kilometrieret
  • Sie kilometrieren

Konjunktiv I Perfekt

  • ich habe kilometroren
  • du habest kilometroren
  • er/sie/es habe kilometroren
  • wir haben kilometroren
  • ihr habet kilometroren
  • Sie haben kilometroren

Konjunktiv I Futur I

  • ich werde kilometrieren
  • du werdest kilometrieren
  • er/sie/es werde kilometrieren
  • wir werden kilometrieren
  • ihr werdet kilometrieren
  • Sie werden kilometrieren

Konjunktiv I Futur II

  • ich werde kilometroren haben
  • du werdest kilometroren haben
  • er/sie/es werde kilometroren haben
  • wir werden kilometroren haben
  • ihr werdet kilometroren haben
  • Sie werden kilometroren haben

Vervoeging van het werkwoord "kilometrieren" in de Konjunktiv II in het Duits.

De Konjunktiv II wordt hoofdzakelijk gebruikt om het onechte uit de drukken in het Duits. Deze tijd wordt niet vaak gebruikt.

Dit creëert een gat tussen spraak en werkelijkheid. De Konjunktiv II wordt gebruik om een hypothese, wens of een zin met een voorwaarde uit te drukken. Deze tijd wordt ook gebruik voor conventionele beleefde uitdrukking in het Duits.

Konjunktiv II Präteritum

  • ich kilometröre
  • du kilometrörest
  • er/sie/es kilometröre
  • wir kilometrören
  • ihr kilometröret
  • Sie kilometrören
  • ich kilometröre
  • du kilometrörst
  • er/sie/es kilometröre
  • wir kilometrören
  • ihr kilometrört
  • Sie kilometrören

Konjunktiv II Plusquamperfekt

  • ich hätte kilometroren
  • du hättest kilometroren
  • er/sie/es hätte kilometroren
  • wir hätten kilometroren
  • ihr hättet kilometroren
  • Sie hätten kilometroren

Konjunktiv II Futur I

  • ich würde kilometrieren
  • du würdest kilometrieren
  • er/sie/es würde kilometrieren
  • wir würden kilometrieren
  • ihr würdet kilometrieren
  • Sie würden kilometrieren

Konjunktiv II Futur II

  • ich würde kilometroren haben
  • du würdest kilometroren haben
  • er/sie/es würde kilometroren haben
  • wir würden kilometroren haben
  • ihr würdet kilometroren haben
  • Sie würden kilometroren haben

Zoek naar de vervoeging van een ander werkwoord in het Duits

Andere willekeurige werkwoorden om te ontdekken: auskristallisierendarumkommenhineinpfuschenhinmüssenkarambolierenkiekenkillernkippelnkläffenkonterkarierenmenstruierenökonomisierentickernverlöten